Verdrag chemische wapens

Bedrijven en instellingen die werken met bepaalde chemicaliën, zoals thiodiglycol en triethanolamine, moeten zich houden aan de verplichtingen van het Verdrag chemische wapens. Dit is een ontwapeningsovereenkomst tussen 188 staten om de dreiging van chemische wapens tegen te gaan. Nederland (het Koninkrijk) heeft het verdrag in 1997 ondertekend en geratificeerd.

Doel Verdrag chemische wapens

Doel van het verdrag chemische wapens is een wereldwijd verbod in te stellen op ontwikkeling, productie, opslag, overdracht, bezit en gebruik van chemische wapens. Landen die het verdrag hebben geratificeerd zijn bijvoorbeeld verplicht hun chemische wapenvoorraden te vernietigen. Datzelfde geldt voor installaties waarmee de wapens werden geproduceerd.

Chemische stoffen civiele sector

Bedrijven mogen chemicaliën produceren of gebruiken voor de civiele sector. Zij moeten zich dan wel houden aan de 'verdragverplichtingen'. Voor welke chemicaliën de verplichtingen gelden, staat onder meer in de Stoffenbijlage van het Verdrag chemische wapens.

Inspectieteam OPCW

Landen die het Verdrag chemische wapens ondertekenen en ratificeren, worden automatisch lid van de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW). Deze organisatie voert inspecties uit bij bedrijven en instellingen die zijn gevestigd in een verdragsstaat en kennisgevingen hebben ingediend. Die inspecties worden kort van tevoren aangekondigd.

De vergaande inspectiebepalingen van het verdrag zijn uniek voor een ontwapeningovereenkomst tussen meerdere landen.

Betekenis Verdrag chemische wapens voor Nederland

Nederland bezit geen chemische wapens of installaties die deze wapens kunnen produceren. In Nederland heeft het verdrag daarom vooral gevolgen voor de civiele sector. Het gaat dan om chemische industrieën, handelaren in chemische stoffen en onderzoekscentra. De verplichtingen die gelden voor producenten en handelaren staan in de Handleiding voor de chemische industrie en handelaren in chemische producten.

Nationale Autoriteit

Het verdrag schrijft voor dat alle lidstaten een Nationale Autoriteit aanwijzen, die contact houdt met de andere verdragsstaten en de OPCW. Voor Nederland is dat de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) zijn de taken gedelegeerd naar de afdeling Exportcontrole en Strategische Goederen.

De Nationale Autoriteit is formeel verantwoordelijk voor de uitvoering van het verdrag en de controle hierop. Het ministerie van BZ heeft hiervoor de vereiste wetten ontwikkeld.

Verplichtingen en bevoegdheden

De Uitvoeringswet verdrag chemische wapens stelt bepaalde gedragingen door bedrijven strafbaar. Daarnaast vermeldt de wet de bevoegdheden van bijvoorbeeld het internationale inspectieteam. In het Uitvoeringsbesluit verdrag chemische wapens staat bijvoorbeeld aan welke verplichtingen het bedrijfsleven moet voldoen.

Naast de wetgeving heeft het ministerie van BZ een infrastructuur opgezet voor:

  • het stelsel van kennisgevingsverplichtingen van bedrijven en instellingen;
  • de controle op de naleving van de verdragsverplichtingen;
  • de begeleiding van de inspecties. 

Toezicht en contactpunt bedrijven: CDIU en POSS

Het ministerie van BZ werkt samen met de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer (CDIU) en het team Precursoren, Oorsprong, Strategische Goederen, Sanctiewetgeving (POSS) van de Douane.

CDIU contactpunt voor bedrijven

De CDIU is het contactpunt voor het bedrijfsleven en instellingen. De dienst zorgt voor de administratieve uitvoering en informatievoorziening en verzamelt en verwerkt alle gegevens uit de kennisgevingen van bedrijven en instellingen.

POSS: toezicht op naleving regels chemische wapens

Team POSS houdt toezicht op de naleving van de Uitvoeringswet en het Uitvoeringsbesluit verdrag chemische wapens. Daarvoor brengt de dienst bezoeken aan Nederlandse bedrijven.

Verder begeleiden Team POSS en het ministerie van BZ de internationale inspectieteams van de OPCW als die in Nederland inspecties uitvoeren. Zo weet Nederland dat de inspectieteams zich aan de voorschriften houden en bijvoorbeeld alleen de informatie vergaren waarvoor zij bevoegd zijn. 

Wetgeving andere delen van het Koninkrijk

Nederland is namens het hele Koninkrijk aangesloten bij het Verdrag chemische wapens en bij de OPCW. Curaçao en Aruba hebben hun eigen uitvoeringswet opgesteld en een Landelijke Autoriteit aangewezen: de Inspectie voor de Volksgezondheid (Curaçao) en de Inspecteur voor de Geneesmiddelen (Aruba). Ook Sint Maarten kent zijn eigen autoriteit. De jaarlijkse gegevens van het hele Koninkrijk worden verwerkt in een gezamenlijke opgave en ingediend bij de OPCW. 

De Rijksoverheid. Voor Nederland.